De vogel fluit een vredeslied,
de vlag waait in de wind.
half stok voor wie het leven liet
en ons met hen verbindt.
De vlaggen kleuren rood wit blauw,
de vogel zingt op toon:
“denk aan de helden en hun trouw,
zij brachten ons sjaloom”.
De vogel fluit een vredeslied,
de vlag waait in de wind.
half stok voor wie het leven liet
en ons met hen verbindt.
De vlaggen kleuren rood wit blauw,
de vogel zingt op toon:
“denk aan de helden en hun trouw,
zij brachten ons sjaloom”.
Wie vast, eet minder.
Verdieping en bezinning
stilt honger en dorst
De Heer is opgestaan in ‘t Licht
het duister had geen kans,
een nieuwe schepping is in zicht
met goddelijke glans.
In ‘t hemels licht bloeit alle dagen,
een nieuwe aarde, ongekend,
het kruis is niet voor niets gedragen.
genadegift voor wie hem kent.
Het kruis breekt alle deuren open
de nieuwe aarde komt in zicht
wie er gelooft kan binnen lopen
om te wonen in het Licht.
In diep verdriet zijn er slechts tranen
het wassend water van de ziel,
zaad gezaaid in zwarte aarde,
ontwaakte toen er licht op viel.
In het leven, lijden, sterven,
snijdt de pijn door alles heen,
dorst de ziel naar levend water
“Vader laat mij niet alleen”.
In Zijn lijden, sterven, opstaan,
vindt de mens nieuw evenwicht;
onze zonden zijn vergeven,
wie gelooft, leeft in het Licht
Hoera, je bent nu jarig,
weer ging een jaar voorbij,
er waren moeilijke dagen
maar ook veel mooie dagen bij.
God is altijd dicht bij jou
Hij ziet jouw lieve lach,
maar ook als jij moet huilen,
Is Hij het die jou zag.
Je bent mijn lieve moeder,
zo sterk en zo trouw,
Ik wil jou heel graag zeggen
dat ik heel veel van je hou. ❤️?
Voor dagen die nog komen
bid ik zacht tot de Heer:
“Wil dicht bij moeder blijven,
vol liefde, telkens weer.”
(moeder kan in vader gewijzigd worden)
Mijn pen raakt papier,
tekent akkoorden
in cadans op de woorden,
laat zien wie ik ben
mijn vriend is mijn pen.
Jij raakt mijn tere snaren aan
Jij bent mijn stille stem
Die aanstoot tegen mijn bestaan,
mij kent zoals ik ben.
Jij vormt een nieuwe taal in mij
weerklank in poëzie
Jij bent me wonderlijk nabij
in deze pandemie.
De bomen kleuren bijna blauw
in weerschijn van de luchten,
het water hult zich in een dauw
van rimpelloze zuchten.
Het blad gevouwen, in-gebed
een wind die door ons waait,
vraagt om een wereld, onbesmet,
liefde wordt in hoop gezaaid.
Vandaag heb ik een peer ontmoet,
vers van de boom geplukt,
hij was zo sappig, smaakte zoet,
ik was van hem verrukt.
De vrucht als kunstwerk op mijn bord,
wie heeft dit geboetseerd?
Gave die mij geschonken wordt,
de vrucht die Hij creëert.
De uren traag, de tijd verglijdt,
de toekomst ligt verborgen
en moedig wordt de hoop verspreid,
op dagen zonder zorgen.
Een engel is zo vaak nabij,
soms bonst hij op je raam,
maar je lijkt doof en hoort hem niet,
hij roept je bij je naam.
Dan sla je plots je ogen op,
maar kijkt dwars door hem heen,
hij spreidt zijn vleugels naar je uit,
benadert je sereen.
Hij geeft zijn warmte aan je af,
zijn licht is om je heen,
hij laadt je op, verdrijft de kou,
je bent echt nooit alleen.
Sta open voor een bries, een vlaag
die neerdaalt in je hart,
want zie, God stuurt ook nog vandaag
een engel op je pad.
De zeven kaarsen op een rij
-heilig is hun getal-
verlicht de waarheid èn de schijn
het donker komt ten val.
Ontsteek de kaars bij schemering
de avond zal ontwaken
als in een windvlaag, tinteling
zal licht het donker raken.
(N.a.v. het branden van de menora (Hebreeuws: מְנוֹרָה) op Kerstavond)
De pandemie zo onverwacht;
de wereld in misère.
Het is zo anders dan gedacht;
een virus als barrière.
Laat hoop in ‘t hart blijven bestaan,
met moed èn het vertrouwen,
weer nieuwe wegen in te slaan
om toekomst op te bouwen.
In vrede èn gerechtigheid,
voor mens, dier en natuur,
gelijkheid en barmhartigheid,
voor iedere cultuur.
De sterren blijven schijnen,
als weerschijn van Zijn Licht,
het duister zal verdwijnen,
Gods zoon geeft ons weer zicht.
Geen mantel, maar lompen,
geen huis en geen haard,
gevlucht voor het leven,
hij voelt zich niets waard.
Een ster aan de hemel,
schijnt op zijn gezicht,
en lijkt ons te zeggen,
vervul toch je plicht.
Geef wat je kunt missen,
reik hem toch jouw hand,
zodat hij kan wonen
in jouw eigen land.
Wie deelt, wordt niet minder,
als mens word je meer,
want het pad met je naaste,
is het pad van de Heer.
Een ster aan de hemel,
schijnt op het gezicht
van jou en je naaste,
omgeven door Licht.