In diep verdriet zijn er slechts tranen
het wassend water van de ziel,
zaad gezaaid in zwarte aarde,
ontwaakte toen er licht op viel.
In diep verdriet zijn er slechts tranen
het wassend water van de ziel,
zaad gezaaid in zwarte aarde,
ontwaakte toen er licht op viel.
In het leven, lijden, sterven,
snijdt de pijn door alles heen,
dorst de ziel naar levend water
“Vader laat mij niet alleen”.
In Zijn lijden, sterven, opstaan,
vindt de mens nieuw evenwicht;
onze zonden zijn vergeven,
wie gelooft, leeft in het Licht
Zijn lichaam broos, dit uur zo zwart,
een speer doorstak zijn zij,
de pijn en dorst sneed door zijn hart,
“Mijn God, waarom verlaat u mij”.
“Pas na het donker komt het licht,
eerst moet het doodskleed aan
en ‘s morgens in het ochtendlicht,
zal Hij de dood verslaan”.
Lente – opstanding
van nieuw groen
dat zich strekt naar het licht.
Niet in drie dagen…
Dat kon alleen
het Licht der wereld.
Zelfs de bomen rusten uit
met hun kale witte takken.
windstil, heilig, geen geluid,
adem kan de wind niet pakken.
Nog één nacht, één ademzucht,
leven zal de doodssteen raken,
net zoals de passievrucht,
bloeiend, zó zal Hij ontwaken.
Op deze dag verbleekt de kleur
en trekt zich terug tot wit
een heil’ge dag, een laatste keer
dat Hij bij hen aan tafel zit.
Hij breekt het brood en schenkt de wijn
straks zal hij bij Zijn Vader zijn,
Zijn lichaam is jouw brood en wijn,
neem het en Hij zal bij je zijn
Verraad dat prikt, verraad dat steekt,
zoals Zijn doornenkroon,
gedragen onder smaad en hoon,
hing Hij aan ‘t kruis, Gods zoon.
Hij leed en stierf èn Hij stond op,
Hij overwon de dood,
voor iedereen die dit gelooft,
is er nieuw Levensbrood
Vis en brood is om te delen,
ook al was er niet genoeg,
uit geloof kun je verdelen,
wat je naaste aan je vroeg.
Op je vrienden kun je bouwen,
is hun woord ook te vertrouwen?
Het is de haan die er naar kraait,
als de waarheid wordt verdraaid.
Maria gaat door ‘t duister heen
door tranen zeer verblind
Hij noemt haar naam, zij ziet hem staan
Hij leeft, het Licht dat wint.
Nu de kaars is aangestoken
brandend in de donkere nacht,
Licht dat duister heeft gebroken,
schijnt tot alles is volbracht.
Maria’s hart dat kreunt van pijn,
haar zoon is haar ontnomen,
o zwarte nacht van dit ravijn
zou ooit het Licht nog komen?
Zie de handen en de voeten,
die verslagen door de pijn,
zijn gekneveld en begraven,
maar toch weer genezen zijn.
Dood met voeten ruim betreden,
sta weer op, je kunt weer gaan,
want de dood is overwonnen,
Leef! en leer dit te verstaan.
Een moederhart dat wordt gebroken
door pijn die heel het hart doorklieft,
Gods zoon wordt aan het kruis doorstoken,
haar oudste, zo intens geliefd.
Zij wist dat deze dag moest komen,
dat hoon en spot Zijn leven dooft,
het duister heeft het licht genomen,
het Licht staat op, dat is beloofd.
Een doornenkroon op het gelaat,
het openlijk honen op de straat,
de spot en scha op hoge toon,
is dat, is dat de Mensenzoon?
“Ja, dat is Hij die zonder klagen,
al onze zonden heeft gedragen”
Mijn woord heb ik gegeven,
Mijn trouw heb ik beloofd,
Ik zal jou steeds omgeven,
als jij in mij gelooft.
Een nieuwe toekomst nadert,
geen ziekte en geen pijn,
de dood is overwonnen
Ik leef en zal er zijn.