Traag vloeiend,
als honing zo zoet
vervaagt het middaglicht
naar de avond
als een bloeiend geheim
om in een eigen ritme
te komen en te gaan
en kostbaar te worden.
Tijd is afscheid nemen
en verder gaan.
Traag vloeiend,
als honing zo zoet
vervaagt het middaglicht
naar de avond
als een bloeiend geheim
om in een eigen ritme
te komen en te gaan
en kostbaar te worden.
Tijd is afscheid nemen
en verder gaan.

Hoe kan ik nu nog vrijheid vieren
waar oorlogsleed en zwaar geweld
woeden over een ontdane aarde
waar ‘n mensenleven niet meer telt.
Hoe kan ik nu nog vrede pleiten
de eerlijkheid ligt naast de stoel
het recht wordt in de haard gesmeten
door machthebbers, zonder gevoel.
Tóch zal ik onze vrijheid vieren
beken ik kleur in rood wit blauw
dat hoop en liefde blijft floreren
in ‘t Hollands land dat ik vertrouw.
En twee minuten wil ik stil zijn,
herdenken wie in oorlogstijd
hun leven gaven voor de vrede
postuum geef ik hen dankbaarheid.
Want ondanks alles blijf ‘k geloven
dat goedheid van het kwade wint
biddend dat snel de dag mag komen
dat heel de mensheid vrede vindt.
4 en 5 mei 2023
In mijn illustratie heb ik vlaggen en/of symbolen staan van landen die nu in oorlog zijn. Helaas zijn er wereldwijd nog veel meer oorlogen. Daarachter de Nederlandse vlag als teken van mededogen voor alle oorlogslanden.
Pluk de dag, dat is het motto
van dit bruidspaar, al …… jaar.
Positief, elkaar steeds steunend,
staan zij ook voor anderen klaar.
Het geluk kwam in hun leven
en hun huis stond als een rots.
Voor de kinderen -hun gegeven-
zijn ze dankbaar en vol trots!
Als twee bomen, diep geworteld,
takken in elkaar gegroeid,
gaf de oogst hun goede vruchten,
door hun liefde die nog bloeit.
Soms ging het niet over rozen,
doornen lagen op hun pad.
Niemand heeft daar voor gekozen,
ieder stel heeft wel eens wat.
Over bergen en door dalen,
door de storm en donk’re nacht,
ging de zon toch steeds weer stralen,
brak het Licht door met Zijn kracht.
Zij trotseerden vuur en water,
hielden elkaar stevig vast,
de tijd ebt weg, ‘t wordt steeds later
vloed van liefde die verrast.
Alles wat zij samen droegen,
vreugde, ziekte en verdriet,
met de handen aan de ploegen,
was Hij nabij, verliet hen niet.
Maak geen zorgen meer voor morgen,
Zijn Oog ziet je, élk moment.
Wat voor wijzen bleef verborgen,
werd aan kinderen bekend.
Uren, dagen, maanden, jaren,
vlogen ijlings door de tijd.
God kon hen voor elkaar bewaren
tot hun grote dankbaarheid.
Hem te prijzen en te loven
voor Zijn goedheid keer op keer,
met de blik gericht naar boven,
geven zij Hem dank en eer.
Wat de toekomst brengen moge,
ligt reeds veilig in Zijn hand,
vol vertrouwen gaan zij verder
op de weg naar ‘t Vaderland.

Wandelend de woorden drinken
van die ander, zó diepgaand,
zinnen die zo hemels klinken,
wie is Hij die met ons gaat?
Pratend over dood en leven
in zijn stralend witte kleed,
als een vriend aan ons gegeven
het is Jezus, ja hij leeft!
“Pluk de dag” was (naam) motto,
levenslustig, vol van vlijt,
met zijn vleugels uitgeslagen,
vloog hij door zijn levenstijd,
Door de bergen en door dalen,
soms door storm of duisternis,
zag hij altijd zonnestralen,
omdat leven kostbaar is.
Zijn familie en bekenden
konden vaak van hem op aan,
ook voor ….. en …..
heeft hij altijd veel gedaan.
Na zijn veel bewogen leven,
waarvan ‘t einde nader kwam,
keek hij terug op heel zijn leven,
toonde zich een dankbaar man.
Nu, ontdaan van alle franje,
is zijn ziel op weg gegaan
en door engelen omgeven,
komt hij bij zijn Vader aan.
Heer u kent al zijn gedachten,
U gaf hem zijn eigen naam.
In de moederschoot geweven
wist U al van zijn bestaan.
Dankuwel voor (naam) leven,
Uw genade die vergeeft,
zelfs de dood is overwonnen,
wie gelooft, die eeuwig leeft.
De bazuinen zullen klinken
en de hemel komt in zicht,
alles nieuw, wat een genade;
Stad van Goud en louter Licht.
Oorlog en vuur, de aarde aan ‘t beven,
hoopvolle mensen geven niet op.
Uit smeulend as ontstaat er nieuw leven ,
het is al begonnen, zie je die knop?
(Voor Aswoensdag- met ‘knop wordt een bloemenknop bedoeld).
In dit leven vol van zorgen,
waar de kerk steeds leger raakt,
groeit een groot en stil verlangen,
dat de hoop in ons ontwaakt.
Hoopvol naar de toekomst kijken,
naar wat komt… Zijn Koninkrijk.
Hoop op vrede, eeuwig leven,
eens is iedereen gelijk.
Zoveel mensen, zoveel zinnen,
samen willen we vooruit.
‘n luisterend oor en acceptatie
is een klip en klaar geluid.
Ben je anders dan een ander,
zing maar op je eigen wijs,
ieder mens die is van waarde;
mèt elkaar gaan wij op reis,
naar de hoogte, diepte, dalen,
naar geluk, verdriet en pijn,
om te vieren en te troosten,
om er voor elkaar te zijn.
Afkomst, psyche of geaardheid
zijn de Schepper welbekend,
mensen zijn door Hem geschapen,
jij bent goed zoals je bent.
Ben je oud of jong, ontheemde,
ben je arm, heb je geen cent,
ben je bang of ben je eenzaam,
weet dan dat je welkom bent.
Jezus zegt: “Help toch je naasten,
wees oprecht met hen begaan
alles wat je voor een ander doet,
heb je ook aan mij gedaan”.
Zijn boeket dat zijn wij samen
Helpend, hoopvol, rijk van kleur,
in de kerk, maar ook daar buiten
gaan we samen door één deur.
Vinden we veel nieuwe wegen,
zoeken we naar ‘t Eeuwig Licht.
In dát licht vragen we om zegen;
dan krijgt de kerk een nieuw gezicht!
Balsemientjes springen
engelen zingen
sneeuwklokjes buigen
de aarde zal juichen
alles wordt nieuw.
Lazarus was overleden,
dagenlang lag hij in ‘t graf,
Jezus huilde, heeft gebeden
tot Zijn Vader adem gaf
aan de dood, de levenloze,
Lazarus – getuigenis;
wie gelooft zal eeuwig leven,
ook als hij gestorven is.
Elke dag is ‘t weer een wonder,
dat ik leef en er mag zijn,
in mijn land zo vol van vrede
is het leven goed en fijn.
Toch ben ‘k bang want er is oorlog,
niet zo ver bij ons vandaan,
de soldaten met hun wapens,
vallen Oekraïne aan.
Ik zie al die nare beelden
op mijn iPad of tv,
Kind’ren van mijn eigen leeftijd,
maken échte oorlog mee.
De soldaten met hun wapens,
schieten wat ze zien kapot,
mensen rennen naar de kelders,
biddend zeg ik, help hen God.
Kinderen vluchten met hun mama
en hun knuffeldier en tas.
Papa blijft om terug te vechten
niets is meer zoals het was.
Waarmee kan ik jullie helpen?
‘k geef mijn spaargeld, ‘t is niet veel
maar ik wil je welkom heten
in ons dorp dat ‘k met je deel.
Ik zal kaarsjes voor je branden,
Licht dat straalt voorbij de nacht
Eens dan komt de nieuwe aarde
dat geeft nu veel hoop en kracht.
Met mijn handen stil gevouwen
leg ik al mijn angsten neer,
nu wil ik alleen nog vragen,
ontferm U en geef vrede Heer!
Dit gedicht is door een kind voorgelezen in een kinder-gebedsdienst vanwege de oorlog in Oekraïne.
robuuste grazer
herkauwt de grassen – veganist
vredelievend dier
Deel uit zoveel als je maar kan
daar komt geluk en zegen van,
ook brood en vis was er niet veel
toch kreeg een ieder ruim zijn deel.
Blijf geven aan de vreemdeling,
een land in nood, een vluchteling,
Deel uit zoveel als je maar kan,
daar word je nooit veel minder van.
Maria kon het niet bevatten;
haar Jezus, dood, een sterveling,
maar wat zij nog niet in kon schatten:
Zijn dood gaf leven – opstanding!
Zijn bloed kroop in de nerven
van t kruishout, dor en dood,
Zijn tranen, pijn en sterven,
werden genadebrood.
Zijn lichaam werd doorstoken,
voor dorst kreeg Hij azijn,
Zijn botten ongebroken,
Zijn bloed werd levenswijn.
Ieder jaar is ‘t weer een wonder,
narcis, krokus in de knop,
tulpen lijken ons te zeggen,
wij staan in de lente op!
Eeuwig lente in ons leven,
alles nieuw, zonder getob,
Levend Leven ons gegeven,
in dàt Licht staan wij ook op.
Draag je Licht op al je wegen,
straal het uit voor iedereen,
wees voor anderen een zegen,
dan blijft liefde om je heen.