door de kieren van mijn ogen
flikkert licht als gouden dauw
zie ik alle regenbogen
als een teken van de trouw
want een kind is ons geboren
als een teken in de tijd
luister stil en je zult horen
dat die Liefde ons bevrijdt.
door de kieren van mijn ogen
flikkert licht als gouden dauw
zie ik alle regenbogen
als een teken van de trouw
want een kind is ons geboren
als een teken in de tijd
luister stil en je zult horen
dat die Liefde ons bevrijdt.
Er zingen engelen, zo schoon,
voor herders op het veld:
“Geboren is de mensenzoon,
zoals er was voorspeld”.
Hoe kan er ooit iets mooier zijn,
dan een onschuldig kind,
geboren uit de moederschoot,
nieuw leven dat begint.
Maria, jong en ook nog maagd,
krijgt waar ze niet om vraagt,
door Levensadem aangeraakt,
bloeit ‘t wonder dat zij draagt.
Hoe kan er ooit iets mooier zijn,
dan God zijn eigen kind
dat alles op zijn schouders nam,
en opnieuw met ons begint.
Eens als in de avondwake
het rumoer verstomt,
wordt de stilte als een baken
wachtend, tot zijn vrede komt.
Een ster verschijnt
vanuit een ver verleden,
zijn tijd verglijdt
toch straalt hij in het heden.
Zijn Licht verlicht
de spiegels van de tijd
en geeft een zicht
op een tipje van de eeuwigheid.
Kun je ‘t echt nog niet geloven
dat een kind groeit in een maagd
‘t is een wonder van hierboven,
dat zij Gods zoon in zich draagt.
Maar de geest kan àlles geven,
ook daar waar je niet om vraagt
en de geest die gaf nieuw leven
aan Maria, zij was maagd.
De avond rust, de dag verglijdt,
de stilte stelt haar eigen vragen,
de zon, als cyclus van de tijd,
zal bittere kou verjagen
Wordt alles donker om je heen,
Zijn licht blijft in je schijnen
door ‘t Kind dat kwam voor iedereen
zal al het leed verdwijnen.
O lichtend licht, o Morgenster
de wereld is zo duister,
de dag die komt is niet meer ver,
ontwaak en toon uw luister.
Dauw en mist als druppels regen,
dunne zon, een warme gloed,
engelen daalden met hun zegen
neer bij ‘t Kind zo was het goed.
het licht doorbreekt de donk’re nacht
de ochtend gloort en het wordt licht,
het ritme tikt geruisloos zacht
de dag gaat elke dag weer dicht.
eens straalt het licht vooreens, voorgoed,
het donker is geweken,
het Kind dat naar de aarde kwam,
mocht ‘t Licht voor ons ontsteken.
Dauw en mist als druppels regen,
dunne zon, een warme gloed,
engelen daalden met hun zegen
neer bij ‘t Kind zo was het goed.
weerspiegelingen in het water,
de trage wolken, avondrood,
de avond valt, het wordt steeds later,
tot donker wijkt en ‘t licht aanstoot
In licht en luister straalt de Ster
de mooiste dag is niet meer ver.
O lichtend licht, o Morgenster
de wereld is zo duister,
de dag die komt is niet meer ver,
ontwaak en toon uw luister
Het Licht der wereld is geboren,
een liefdesgift, een nieuw begin,
een stralend licht als nooit tevoren,
verlicht de ziel, beroert de zin.
Verspreid dit licht en laat het stralen
voor mensen in de duisternis,
vervlogen zijn hun idealen
door toekomst die onzeker is.
Geef hun de zin die zij ontberen,
een hand, een groet, een vriendelijk woord,
meedogen kan het tij omkeren,
zodat er hoop en liefde gloort.
Licht, nooit eerder waargenomen,
wonder, een weerspiegeling,
Wijzen volgden vol verlangen,
deze ster vol schittering
Hemels Licht verlicht een baby,
net geboren in een stal.
Wijzen buigen, weten zeker,
dit is Hij, die komen zal.
Koningskind zonder paleizen,
maar wel wierook mirr’ en goud,
laten wij Hem eer bewijzen:
Toekomst wordt door Hem ontvouwd.