Blog

  • In ’t duister wil ik het licht beroeren

    In ’t duister wil ik het licht beroeren
    en klim omhoog, zie de contouren
    van ’t wazig licht dat mij omgeeft,
    mijn bange hart dat angstig beeft.

    Uit ’t dorre dal wil ik het licht ontwaren
    en veins niet meer, ontwar de snaren
    van harp en citer, tamboerijn.
    Wilt U Heer mijn genezer zijn.

    Vanuit dit Licht zal ik voor U juichen,
    oprecht, met dank eerbiedig buigen.
    U geeft mij sterkte, keer op keer.
    Dank aan de allerhoogste Heer.

  • In liefde

    in liefde
    verwekt …….
    mij in de schoot
    geworpen
    door de Schepper

    in liefde
    onvangen …….
    vanaf het prille begin
    zag Hij jou
    en het was goed.

    in liefde
    geleend…….
    je bent veilig
    bij ons
    maar bovenal
    bij de Vader.

  • Polijst haar levensdagen

    Geborgen in de moederschoot,
    -geheim, verlicht verlangen-
    gevormd tot nieuwe levensloot
    mag zij het Licht ontvangen.

    Want God die haar geschapen heeft,
    en haar voorgoed zal dragen,
    Die iedere vezel van haar weeft,
    polijst haar levensdagen

    *****
    "haar/zij" kan ook vervangen worden door "hem/hij/zijn" of door "je"".

  • Liefdespand

    droom,
    genesteld
    diep van binnen.

    droom,
    gekoesterd
    vanaf den beginne.

    droom,
    nieuw leven
    dat ontsproot.

    droom,
    die ontwaakt
    in de moederschoot.

    droom,
    over ’t kind,
    van je verlangen

    liefdespand
    uit Gods Hand
    ontvangen.

  • In raadselen zien

    De hemel hangt
    als een nevel
    over de aarde.

    Het landschap
    gewist.
    Contouren
    vaag,
    verborgen
    in mist.

    Door de kiertjes
    van mijn ogen,
    vleit de Hemel
    zich neer.

    Verbeelding?
    Misschien….
    door raadselen zien!
    Mist vervaagt,
    Licht……
    ’t is Zuiver Licht
    dat alles draagt.

    Met geopende
    ogen
    zie ik de hemel
    op aarde.
     

  • Geschenk uit de hemel

    ontvang de liefde
    die aan je geschonken wordt
    met open handen
    als geschenk uit de hemel
    van Vader Die van je houdt!

  • Schone schijn

    Het sneeuwt
    de wereld witter
    nog weidser lijkt het zicht
    een onbevlekte aarde
    waarop geen voetstap zwicht.

    Het dooit
    de wereld donker
    het wit is "schone schijn"
    bevlekt is heel de aarde
    waar mensen, mensen zijn.
    J

    Gods Woord
    klinkt door de wereld
    "Geboren is mijn Zoon"
    Hij komt de wereld redden
    Zijn boodschap is sjaloom".

  • Hoor…

    Hoor…
    het Woord dicht om je heen

    Kijk…
    naar ‘t Licht dat ooit verscheen

    Wijs…
    de ster aan in het oosten

    Zoek…
    het Kind dat ons kan troosten

    Vind…
    Gods Zoon in een oude stal

    Weet…
    dat Hij jou redden zal.

  • Eng’lenhaar verward in stro

    schijnt de ster
    voor wie Hem zoeken.

    vind het kind
    omhuld in doeken.

    pril begin
    in voederbak.

    in een stal
    met schamel dak.

    engelenhaar
    verward in stro.

    wijzend naar
    een groots cadeau.

    pasgeboren
    teer en klein.

    Hij zal onze
    Redder zijn!

  • schrijdt hij voort

    zo bedroefd en zo verlaten,
    schrijdt hij voort in deze stoet.
    zwarte jassen, grijze hoofden,
    stille tred, een vol gemoed.

    kleine stappen, op de stenen,
    doodskopjes, verweerd en ruw
    rouwend gonzen zachte stemmen
    wees toch stil voor ’t hier en nu!

    ogen turend, in de diepte,
    naar de kist, die hem niet past.
    heel beklemmend, drukt dit afscheid,
    op zijn schouders, als een last.

    zé bedroefd en zó verlaten
    keert hij om en gaat naar huis.
    zoekt naar troost en pakt de bijbel
    waar hij leest van ’t Vaderhuis

    dát te weten én geloven,
    schrijdt hij voort op deze reis.
    tot hij aan het eind gekomen,
    kan beamen: "eind’lijk thuis"!

  • Geboren en ontvangen

    geboren én ontvangen
    een diep geheimenis
    van liefde en verlangen
    dat ons gegeven is.

  • Vol van liefde, vol van hoop

    Deze kaars mag weer ontvlammen,
    vol van dank en eer aan God,
    ’t levensraam leek dichtgevallen,
    maar Hij opende het slot.

    Want Gods liefde opent harten,
    ook als ze gesloten zijn.
    Hij maakt wegen weer begaanbaar,
    schept een nieuwe levenslijn.

    In ons leven van verlangen
    mijmert de herinnering,
    toekomst is weer aangevangen
    deze dag, een nieuw begin.

    Deze kaars mag nu weer branden,
    vol van liefde, vol van hoop.
    Dat Zijn licht mag blijven schijnen,
    over jullie levensloop.

    (Huwelijksgedicht bij tweede huwelijk)

  • Als een bloem

    Als een bloem werd je geplukt
    en uit dit leven weggerukt.

    Wij geloven dat Gods Hand,
    jou nu in Zijn tuin heeft geplant.

    Daar mag je verder groeien,
    bij Hem zul je openbloeien.

    Bij ons was je maar even
    bij God mag je voor eeuwig leven.
     

  • Beelddrager

    Geboren én ontvangen,
    een diep geheimenis,
    van liefde en verlangen,
    dat ons gegeven is.

    Te leven op de aarde,
    te bloeien als Zijn kind,
    je bent voor Hem van waarde,
    door ons word je bemind.

    Je mag je leven leven,
    langs paden van jouw lot,
    daar mag je liefde geven,
    als beelddrager God.

  • waar is mijn lief?

    waar is mijn lief
    waar zoek ik haar
    verwaaid is zij
    verdwenen

    jij madelief
    die in het gras
    lieftallig was
    verschenen

    verdween als gras
    dat tijdelijk was
    gelijk het
    kortstondig leven

    mijn lief, ik richt
    mijn hoofd omhoog
    in wolken staat
    geschreven

    "daar alles hier
    kortstondig is
    geef Ik jou
    eeuwig leven."

    n.a.v. 1 Petrus 1: 24 en 25
    De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras
    verdort en de bloem valt af, 25 maar het woord van de Heer blijft eeuwig
    bestaan. Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.

  • Zomer van verlangen

    waar is de zomer van verlangen?
    waar is de zomer zonder tijd?
    waar is de zomer van bezinning?
    de zomer is de stilte kwijt.

    dé grote zomer zal eens komen,
    maar zonder tent, zonder gereis
    en zonder ijsjes, zonder herrie,
    de échte zomer is ’t paradijs.

    als pelgrim wil ik daarheen reizen,
    als tenthaak klem ik mijzelf vast,
    met heel mijn hart en heel mijn wezen,
    zoek ik Zijn zomer op de tast.

    al moet ik door de diepste dalen
    en wordt mijn ziel door strijd bekrast.
    al zou ik in het bos verdwalen,
    ik hou mij aan Gods reisplan vast.

    zal eens die mooie zomer komen?
    voor u, voor jou, en ook voor mij?
    laat dan de bijbel toch uw Gids zijn,
    dan komt de zomer naderbij.
     

  • Zie haar lopen

    zie haar lopen door de straten,
    zie haar gaan, bij iedere stap,
    zij is eenzaam en gesloten,
    zij is oud en niet meer knap.

    haar wil ik mijn glimlach geven,
    meer voor haar, kan ik niet doen.
    ik hoop dat dit in haar harte,
    meer doet dan een dikke zoen.

    na mijn glimlach kijkt zij even,
    in mijn ogen of ik het meen,
    dan zie ik in haar gedaante
    plots een engel die verscheen

    deze vrouw loopt door straten
    om te zien wie deernis heeft,
    niemand heeft het in de gaten,
    dat in haar de engel leeft.

    denk dan aan, wat staat geschreven,
    zonder dat je het zelf weet,
    zul je engelen herbergen,
    ‘k  hoop dat je dat nooit vergeet.

    kijk dan zo naar alle mensen,
    alsof ze eng’len zouden zijn.
    zo creëren wij  een wereld,
    zonder haat, zonder venijn.

  • Mens, zie de meeuw

     de meeuw
     schreeuwt
     valse kreten,
     vangt
     het geworpen brood
     in weer en wind
     ijlings
     uit de lucht.
     met zijn bek
     verschanst
     hij
     het geworpene,
     zonder zich af te vragen
     van wie het komt.
     
     meeuw,
     zie de mens
     die het
     brood des levens
     veracht,
     versmaadt,
     die zichzelf
     verraadt
     door
     fastfood
     en kroketten
     uit de muur
     te trekken,
     zonder zich
     af te vragen
     van Wie dit alles
     komt.
     
     mens,
     kijk om je heen
     en zie de meeuw,
     van Wie komen
     haar vleugelslagen?
     van Wie haar kleur?
     Wie kan zoiets maken?
     word wijs
     en sla je ogen op
     tot ver voorbij
     de vogels
     en zie de kleur
     van de Hemel,
     aanschouw
     die wonderbaarlijke schepping
     en zie van wie dit alles
     komt.
     
     Aangenaam,
     je ziet de Schepper,
     jouw God,
     mijn God.

  • Lam van de Wereld

     

    lam
    geslagen,
    gebukt
    onder ’t kruis.

     

    lam
    gelegd,
    onheus
    beschuldigd.

     

    lam
    lendig,
    mij dorst
    mij dorst

     

    lam
    zalig
    geleden,
    het is volbracht!

    Lam
    Gods,
    gestorven
    en
    OPGESTAAN,
    onze zonden
    hiermee weggedaan

    Lam
    van de Wereld,
    schenkt het
    eeuwige leven,
    duizendmaal dank
    dat U dit aan
    ons heeft gegeven..
     

     

     

     

  • Tel de korrels één voor één

    Tel de korrels van een zandtaart
    Tel de korrels één voor één
    Dat is moeilijk, dat is lastig
    je vergeet er vast wel één.

    God die kan de korrels tellen
    God die telt ze één voor één
    van de zandbak, zeeën, stranden
    God vergeet er echt geen één

    God ziet alle kleine kinderen
    telt Hij die ook één voor één?
    Nee, hij hoeft ze niet te tellen
    God vergeet er van hen geen!

    Ieder kind is voor God kostbaar
    telt voor Hem als zuiver goud
    God vindt ieder kind bijzonder
    Hij is het die van je houdt!
     
    ——————————————
    uit: Kaatje Ka
    isbn 978-90-79033-19-5