Blog

  • mijn kind

    zoek mij
    en noem mij
    bij mijn naam
    want ik ben
    die ik ben

    roep mij
    met de stem
    uit je ziel
    want ik hoor
    en luister

    zie mij
    met het licht
    uit je hart
    want mijn oog
    is op jou

    ik vond jou….
    voor je zocht
    ik hoorde jou….
    voor je riep
    ik zag jou….
    voor je keek
    want jij
    bent Míjn kind.

  • onvolmaakt

    onvolmaakt mag je wonen
    onder het dak van Zijn licht,
    je breekbaarheid tonen, 
    je wáre gezicht.

    je geloof diep van binnen
    dat door twijfel soms zwicht,
    in herhaling bezinnen
    schenkt een zuiver gewicht.

    slechts leren te kijken
    naar wat je níet ziet,
    Gods stilte bereiken
    in een Woord of een lied.

    in stilte gekerfd
    op de huid van je ziel,
    openbaart als je sterft
    een hemels profiel

    onvolmaakt wordt volkomen,
    volkomen volmaakt,
    de zegen zal stromen;
    ’t is God die je raakt.

    Dit gedicht is geschreven bij het aanbieden van het beeld “onvolmaakt” aan de Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal Oosterhout op zondag 14 april 2013. Het beeld dat “onvolmaakt” lijkt omdat het een arm en been mist, is gemaakt door Ineke Ravensbergen, gedicht bij dit beeld werd geschreven en voorgedragen door Cobie Verheij – de Peuter.

     

     

    Onvolmaakt

     

    Het beeld heeft 1 arm en1 been. Toch, als je naar het beeld kijkt, valt niet het onvolmaakte op, maar juist de schoonheid van haar uitstraling. Een mooi innerlijk zal de mens verwarmen. Een mooi innerlijk kan gebroken zielen helen.Ook een onvolmaakt beeld is geschapen naar het beeld van God en uiteindelijk zal ook dit onvolmaakte beeld, volmaakt worden.

     

     

  • for ever the queen

    zo klein is het land dat zij regeert
    zo groot is zij, die haar beheert
    zij is gesneden uit het goede hout
    zij kent de lijn tussen goed en fout
    zij gaf haar ‘spirit’ aan gezin èn land
    zij zette haar eigenbelang aan de kant
    in haar, liet Hij, zich door alles heen zien.
    zij blijft in ons hart “for ever the queen”

  • Reis in coupé, Couperus mee

    reis in coupé,
    Couperus mee,
    neem waar
    met mijne ogen.

    het kleurenspel
    en schaduwkant,
    vergane tijd,
    vervlogen .

    aan d’achterkant
    van Hollands Spoor,
    rijst hoog en hoog
    verheven.

    de hogeschool,
    het UWV,
    in lijnenspel
    verweven .

    de mensentred
    van haast’ge spoed,
    in jong en oud
    belegen.

    gemengde teint
    in wit, bruin, zwart,
    cultuur
    aanééngeregen.

    waar is de mens,
    gehuld in rok
    kostuum, zo vaak
    gedragen?

    Couperus’ geest
    reist door Den Haag,
    er rijzen
    zoveel vragen.

    Den Haag, mijn lief,
    mijn lief Den Haag,
    in woord
    wil ik u vangen.

    In letter, taal,
    in diepe zin,
    mijn ziel
    blijft aan u hangen.

    Gedicht in het kader van het project Gedichten over Couperus en Den Haag van de Haagse Poezieroute.

  • Bellefleuren (triolet)

    Oranje zal nooit verkleuren
    haar gloed straalt over ons land
    draagt vrucht als de bellefleuren
    Oranje zal nooit verkleuren 
    “bedankt voor uw werk in ons land
    u bent aan het volk verwant” 
    Oranje zal nooit verkleuren 
    penseelvoering van Zijn hand

  • Kom engelen verzamel u

    Kom engelen
    verzamel u,
    de wereld
    staat in lichterlaaie.
    Vlieg met uw
    sterke vleugels rond,
    uw licht mag niet verwaaien.

    Kom engelen
    verzamel u,
    wil bij de
    mensen binnentreden.
    Breng met uw
    zoet gevooisde stem,
    een nieuwe WereldVrede.
     

  • verweerde engel

    verweerde engel
    bedekt
    met sneeuw,
    toont 
    broosheid
    en uitzicht
    op een nieuwe 
    witte wereld!

     

    Verweerde engel
    verweerde engel

     

  • Naar stilte luist’ren

    O God, laat ons
    naar stilte luist’ren,
    we horen niets,
    zelfs niet Uw Naam!
     
    Die brokkelt, smelt,
    Die zonder luister,
    verstoten wordt
    van alle faam
     
    Keer om, oh ziel,
    wees stil en luister,
    raak uit het ritme
    van de waan
     
    want wie zichzelf
    verliest in stilte,
    zal horen én
    in waarheid staan
     
    in stilte, ootmoet
    én ontferming
    ontvouwt Hij
    eindeloos Zijn Naam.
     

  • Gebogen

    de laagste takken hangen
    gebogen tot de grond
    zij dragen mooie vruchten
    zijn rijp en prachtig rond

    de mens die zich kan buigen
    zich onder and’ren stelt
    ontvangt veel goede gaven
    zijn ziel wordt welgesteld.

    de eerste is de laatste
    de laatste komt vooraan
    wie buigt, zal God verhogen
    en mag dan “naast” Hem staan.

  • Er was eens een preker uit Dussen

    Er was eens een preker uit Dussen,
    die zat tussen tsjilpende mussen,
    maar nu opgelet,
    hij deed zijn gebed
    en vroeg God de mussen te sussen.
  • In wezen

    In wezen

    is de ziel  een ziel 

    zoals het wezen moet,

    Het NBG vond 

    dit niet goed,

    zij heeft de ziel

    herschreven

    nu moet het 

    “wezen” wezen

     

  • Ver voordat ik U zag

    Ver voordat ik U zag,
    was U het die mij schiep
    Uw ogen zagen mij
    Uw stem die in mij riep.

    Ver voordat ik U zag,
    was daar al Uw gelaat,
    Die, als een boezemvriend,
    bewogen met mij gaat.

    Ver voordat ik U zag,
    ontkiemt in mij het zaad
    dat groeit en bloeit totdat
    het goede vruchten draagt.

    Ver voordat ik U zag
    kent U mijn plaats, mijn tijd,
    nu laat ik niet meer los
    tot in de eeuwigheid.

  • U, die mij raakt

    U, die mij raakt
    en mij laat voelen
    hoe diep-
    geworteld,
    ver
    in mij,
    mijn kern
    mijn weten
    mijn verlangen,
    de oorsprong
    vindt
    in wát
    U zei.

    U die mij raakt
    en mij laat lezen
    Uw woord,
    te vinden  
    in  
    Uw boek,  
    de weg,
    de waarheid
    en het leven,
    die basis
    is
    van wat
    ik zoek.

  • Mijn moeder

    DE MORGEN 
    jong was ze
    helemaal gaaf…
    kind, oorlog, jeugd,
    verliefd, hopeloos verliefd,
    getrouwd.

    DE MIDDAG 
    jong waren ze,
    kinderen,
    vier
    om het leven te vieren.
    geluk
    met een hoofdletter G
    van Geloof in God,
    in elkaar en in de Liefde
    met een hoofdletter L
    van Leven
    voor en met elkaar

    DE AVOND
    Wortelen
    in elkaar
    en als gezin
    en tot op het bot
    beseffen 
    dat het goed is.
    Dat de liefde
    hoogtij viert.

    DE NACHT
    Te vroeg 
    véél te vroeg
    kwam de nacht
    geknakt
    de dood 
    als een dief 
    in de nacht,
    alleen….
    alleen verdergaan,
    alleen…..
    haar taak volbrengen
    alleen….
    door alle hoogte en dieptepunten
    van het leven gaan.
    zó jong!
    het zou niet
    moeten mogen.

    DE DAGEN NA DE NACHT
    er kwamen toch nog
    veel lichtpuntjes 
    na de nacht
    en nu is ze oud
    haar geest nog gaaf
    méér dan gaaf,
    haar lichaam,
    ach laten we niets zeggen,
    niet klagen,
    daar houdt ze niet van.
    zo is mijn moeder

    DE NIEUWE DAG
    zover is het niet,
    gelukkig nog niet,
    maar áls,
    ja… dán,
    dan verdient ze
    meer dan het gewone
    omdat ze haar leven
    goed volbrengt.
    mijn moeder…
    “wat zal mijn vader
    trots op haar zijn.”
    Vader met een kleine
    én een grote letter!

    (proza: niet door vers en rijm beheerste taal,
    opgedragen aan mijn moeder op haar 80ste verjaardag)

     

  • Bleek later dat het Jezus was

    daar liep ik, heel alleen langs ’t strand 
    en sprak mezelf toe

    de deining, golven van de zee,
    die worden nimmer moe

    al mijn gedachten gingen naar 
    twee mannen lang gelee

    die samen liepen op de weg
    en er liep iemand mee

    bleek later dat het Jezus was,
    intens sprak hij hen aan:

    “Ik moest lijden, om Zijn glorie
    binnen te kunnen gaan” (Lucas 24:26)

    Zo mijmerde ikzelf voort
    het leek een dialoog

    waarbij de Ander liefdevol
    mij richtte naar omhoog

    ik keek en zag de hemellucht
    die lichtend op mij scheen!

    ik voelde Hem, daar op het strand
    en was niet meer alleen.

    NB Dit gedicht wijst naar de Emmausgangers, maar laat zien dat we ook nu nog steeds wezenlijk Zijn nabijheid kunnen ervaren.

    (Lucas 24:26) Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’

  • Davids schreeuw in de spelonk

    de stilte keert terug in mij 
    zit dichter op mijn huid 
    dit stil-zijn tast mijn zinnen aan 
    weerklinkt als stom geluid 

    verbeten moed, vertwijfeld hart 
    dat stil-staat in de tijd 
    waarin één vraag belangrijk is: 
    strijd ik de goede strijd? 

    zó peilloos diep, zó eindloos ver 
    verdwaal ik in Uw Woord 
    waar bent U Heer! ik zoek naar U 
    heeft U mij wel gehoord? 

    dan valt het Licht, van Uw gelaat 
    heel stil over mij heen 
    en diep in mij, gloort het besef 
    ik ben nooit écht alleen 

    U geeft mij hoop, verlicht mijn ziel 
    vergeeft mij keer op keer 
    door stilte heen, vernieuwt U mij 
    herschept mijn leven weer. 

     

     

     

    Uitleg gedicht.

     

    Het gedicht refereert naar psalm 142, zie onderaan.

     

    David vindt in de spelonk rust bij de Heer, hij schuilt bij Hem. David kijkt diep in zichzelf. Hij roept en smeekt om hulp. Hij stort zijn hart uit bij God. David stelt zich kwetsbaar op en is daarmee een écht oprecht mens!

     

    David wordt achtervolgd door Saul. Hij vroeg zijn beste vriend voor hem te liegen en hij loog zelf, hij gedroeg zich totaal verkeerd in Gat, en nu weet hij het  niet meer. En dan is hij daar uiteindelijk, helemaal alleen in die grot. En hij kijkt om zich heen, en hij realiseert zich dat hij niemand meer heeft die om hem geeft. Niemand die van hem houdt. Wat moet hij nu?

     

    Soms maken mensen verschrikkelijke dingen mee, daarbij denk ik dan aan asielzoekers, gevangenen, of denk eens aan jongeren die uitgezonden worden naar oorlogslanden. Zij willen vaak hun gevoelens delen, maar dat lukt niet, ze staan voor een gesloten deur. Mensen pakken hun noodsignalen niet op of weten er niet mee om te gaan. Je bent alles kwijt, je hebt fouten gemaakt, er is niemand meer die om je geeft. Wat moet je nu nog. Maar bij God is dat gelukkig anders. Bij hem betekent het niet het einde. Bij hem betekent het een nieuw begin. Een nieuw leven. Dit gold ook voor David, God gaf hem een nieuw begin.

     

    David schrijft in de grot psalm 142

     

    Gebed van een gevangene

    142

    Een leerdicht van David, toen hij in de spelonk was. Een gebed.

     

    Met luider stem roep ik tot de HERE,

    met luider stem smeek ik de HERE;

    ik stort mijn klacht voor zijn aangezicht uit,

    ik maak Hem mijn benauwdheid bekend.

    Wanneer mijn geest in mij versmacht,

    kent Gij mijn pad.

    Op de weg die ik ga,

    verbergen zij mij een strik;

    schouw ik naar rechts en zie ik uit –

    niemand ziet naar mij om;

    is mij de toevlucht ontvallen –

    niemand vraagt naar mij.

    Tot U roep ik, HERE;

    ik zeg: Gij zijt mijn schuilplaats,

    mijn deel in het land der levenden.

    Sla acht op mijn smeken,

    want ik ben zeer verzwakt;

    red mij van mijn vervolgers,

    want zij zijn sterker dan ik.

    Voer mij uit de kerker,

    opdat ik uw naam love;

    de rechtvaardigen zullen mij omringen,

    wanneer Gij mij weldoet.

     

    Uit: NBG-vertaling 1951
    © 1951
    Nederlands Bijbelgenootschap

     

     

     

  • Beatrix, een bloem van een vrouw

    Genoeg bloemen dragen haar naam,
    niet één bloem heeft haar faam
    van sterkte en kracht,
    haar blik die vaak lacht,
    geloof en vertrouwen,
    op haar kun je bouwen,
    verdriet in eigen huis,
    maar voor “volk en vaderland”
    is zij altijd “thuis”.

    Genoeg bloemen dragen haar naam,
    niet één bloem heeft haar faam:
    Beatrix, een “bloem van een vrouw".

  • Binnenin haar tikt het ritme

    Trots loopt zij en niet gebogen,
    zij volvoert haar Koningstaak.
    Binnenin haar tikt het ritme,
    van haar zoon, zo diep in slaap.

    Rechte rug, het hoofd geheven,
    zó draagt zij ’t verleden mee.
    Blik omhoog, gericht op toekomst,
    levenstrap van tree naar tree.

    Voor zó’n vrouw en al haar kind’ren,
    wil ik bidden tot mijn Heer.

    “Here God wilt U hen dragen,
    wil hen sterken keer op keer,
    wees nabij in alle dagen,
    leid hen dwars door donker weer”.

    Amen.

  • Rode gloed

    een rode gloed
    op ’t witte haar,
    het blauwe bloed
    stroomt klip en klaar.

    oranje
    boven
    onder elkaar!
    wappert de vlag
    in ’t kroningsjaar.

    vlag rood wit blauw,
    wimpel oranje,
    een koning zijn…
    Alex, dat kán je!

    zet stappen
    op de juiste wegen,
    maar nooit zonder
    Gods rijke zegen.

    oranje
    boven
    onder elkaar!
    leve de koning
    is ons gebaar!

  • Vreugdestenen

    Als pelgrims liepen wij dit jaar
    op ’t uitgesleten pad.
    Dat zomaar, onverwachts,
    wat diepe groeven had.

    Er lagen vreugdestenen,
    die wezen naar een Kind.
    Gods Zoon is ons geboren,
    Die nieuwe wegen vindt.

    Als pelgrims gaan wij verder,
    met ’t Licht op ons gelaat.
    Zijn Kind mag in ons wonen,
    dat verder met ons gaat