De zon schijnt door de bomen
het blad ligt op de straat
zij kleuren onze dromen
tot zilv’ren levensdraad
om weer opnieuw geweven
te stralen in de zon
de keerkring van het leven
komt weer waar het begon.
De zon schijnt door de bomen
het blad ligt op de straat
zij kleuren onze dromen
tot zilv’ren levensdraad
om weer opnieuw geweven
te stralen in de zon
de keerkring van het leven
komt weer waar het begon.
afgestorven blad
legt haar tere nerven bloot
kleurrijk op het pad
van de aarde – moederschoot
o, wat is haar schoonheid groot
Een paardenbloem in al zijn eenvoud,
is niet bijzonder om te zien,
zij draagt de schoonheid in zichzelve,
verstopt haar honing in de kiem.
Zo zit de schoonheid van de mensen
in eenvoud, liefde, eerlijkheid,
haar parel mag van binnen groeien
en komt tevoorschijn op zijn tijd!
Wolkendek, bewegend traag,
stapelt beelden, laag voor laag,
hangend boven ‘t lage land,
wolken getooid als hemels kant,
verwaait, vervliegt vanuit de bron,
waar licht en leven ooit begon,
waait op de wind van tijd naar tijd
hemelse luchten, eeuwigheid.
Recreëren aan de zee,
snoepjes, drinken, broodjes mee,
gooi je afval niet op ‘t strand,
daar is al te veel beland.
Gooi je afval in de bak
of bewaar het in een zak,
raap het zwerfvuil ook maar op,
dat is super, dat is top….
Stranden schoon is een begin,
niets waait dan de zee meer in.
Draag je zorg voor strand en zee,
alle beetjes helpen mee.
Heel de schepping mag het weten:
alles wat op aarde leeft,
is gegeven aan de mensen,
uit de hand van God zijn geest.
Dieren, bloemen, hemel, water,
alle zeeën zijn vervuild,
heel Zijn schepping is vernaggeld,
voor de welvaart omgeruild.
Heel de aarde hoor je kreunen,
vaste grond wordt als los zand,
help het tij nu om te keren,
met je hart, ziel èn verstand.
Broze rododendron-knop,
zoekt hunkerend de warmte op,
wendt zijn kopje naar het Licht,
leven komt voor hem in zicht.
Evenzo de mens die wikt
en zich naar de zonne schikt,
dorstend naar een vergezicht,
bloeiend in een lichtend Licht.
Boom zo rank en vol van blaad’ren,
trots laverend blijf je staan,
‘t jaargetijde komt voorspoedig
dat je ‘t blad moet laten gaan.
Troosteloos en leeg, verloren,
lijken takken, doods en kil,
schijn bedriegt en is geen waarheid,
wacht nog even en wees stil.
Luister naar de lenteboden,
zie, er komt nieuw leven aan,
boom, je hebt het overwonnen,
de natuur is opgestaan.
losgelaten blad
kleurrijk vergaan haar kleuren
verrijkt de aarde
Boom… zo oud,
verweerd in het bos.
Ben ik zo mooi als jij,
mijn voeten in het mos,
haarlokken stralend goud,
verweerde kleur van ’t hout
Zo jong, maar toch zo oud…..
Sterk is de stam
die weer en wind doorstaat,
een paddenstoel
teert op wat ik achterlaat
en buigt haar hoofd
voor mij, de sterveling.
Er is geen einde…
alleen een nieuw begin.
Wie schiep de hemel,
de zeeen en aarde?
Waar is de hand,
die alles omspant?
Wie schiep het leven
van mens dier en planten?
Wie is die Schepper
met mensen verwant?
Naam niet te noemen,
zo allesomvattend,
de schepping die toont
Zijn ware profiel.
Onnoembare naam,
getogen in stilte
eeuwig aanwezig,
ontwortel mijn ziel!
De lente in een regenjas
schenkt water en geeft kracht,
genesteld in de zwarte grond,
geworteld in haar pracht,
strekt ’t bloemetje haar kopje uit
naar ’t zonnetje dat lacht,
De zon verdrijft de regen,
met haar expansiekracht.
De aarde die de hemel dankt
voor alles wat het brengt,
die ondanks stormen en slecht weer
toch goede vruchten schenkt.
Zo gaat het ook in het leven
gepaard met tegenslag,
Maar kijk… en zie de zegen
die valt op elke dag.
stervend
sterft
de herfst
vol kleuren
rottend
rot
’t gevallen
blad
de
natuur
verspreidt
haar geuren
pronkte
voor wie
haar betrad
trots
trotseerde
zij de storm
straalde
stralend
in de zon
en de mens
aanschouwt
de herfst
overdenkt
haar
levensvorm
al wat leeft
dat zal
ook sterven
en wat sterft
dat keert
weerom
weet….:
de dood is overwonnen
Maranatha, Here, kom…..
de libelle legt haar eitjes
in het water van de bron
zij verwordt tot witte larve
zoals zijzelf eens begon.
dagen, maanden, jaren later
-moeder is allang niet meer-
kruipt de larve uit het water
en ontpopt zich zondermeer.
Gracieus met engelenvleugelen
zo doorzichtig en ragfijn
in haar schoonheid kan ze stralen
in haar schoonheid kan ze zijn.
uren, dagen, enk’le weken
roept de verte haar terug
zij zal sterven zonder dralen
ieder einde komt te vlug.
met haar mooi doorlichte ogen
blikt zij terug waar het begon
legt haar allerlaatste eitje
in de oorsprong van de bron.
steeds nabijer komt de verte
nóg veel dichter bij de bron
van het leven naar het sterven
“niets is nieuw onder de zon”.
Cobie Verheij-de Peuter
betekenis:
De libelle leeft maar enkele weken. Sommige soorten leggen hun eitjes onder het water, alwaar het jaren duurt voordat de larven uit het water kruipen en zich ontpoppen tot libellen.
Dit geeft de cirkel van het leven aan, als de larve tot libelle ontpopt is, komt de verte, het sterven, dichterbij dan ooit.
Het is zoals Prediker zegt: “Er is niets nieuws onder de zon”.
Uit: "Licht Verlangen"
De bundel met bijna 80 gedichten is hier>>>> te bestellen.