In felle kleuren
ontvouwt zich de regenboog
voor wie je mag zijn.
dichtvorm: haiku
In felle kleuren
ontvouwt zich de regenboog
voor wie je mag zijn.
dichtvorm: haiku
Een oase van rust,
opent een luik,
naar verborgen schoonheid,
waar de stilte ons raakt.
Geruisloos bijt de waterslak,
zich vast in het blad,
van de waterplant,
die ons geheimen vertelt.
De mier ijvert zich een weg,
met gangen en paden
onder je voeten,
kijk en word wijs,
in het leven van alledag.
De vlinder, zo mooi,
ziet zijn pracht niet,
spreidt zijn vleugels uit,
en weet dat hij gezien mag worden,
in de dans van het licht.
Het donshaar van de bij,
trilt zachtjes,
bij een vlaagje wind,
een symfonie van natuur,
die ons omarmt en verbindt.
Een regendruppel aan een tak,
weerspiegelt zijn schittering,
een moment van magie,
in deze oase van rust,
waar schoonheid nooit vergaat.
Balsemientjes springen
engelen zingen
sneeuwklokjes buigen
de aarde zal juichen
alles wordt nieuw.
Een briesje wind, bewolkte lucht,
een licht breekt door de mist,
dauwdruppels vallen met een zucht
als tranen die een engel wist.
Mijn vogellief, zoals je weet:
de zomer is voorbij,
je krijgt een dikker verenkleed,
tot ziens maar weer in mei.
Ik ben een kleurig vogeltje
en zing mijn eigen lied,
ik heb een eigen mening,
monddood dat ben ik niet.
Keer jij mij soms de rug toe
omdat ik anders lijk,
en ik jou met mijn mening
niet naar de ogen kijk…
Dan word ik stil, verdrietig
en zing ik heel naïef,
dat ik bij jou wil horen
want mens…. ‘ik heb jou lief’.
De bomen kleuren bijna blauw
in weerschijn van de luchten,
het water hult zich in een dauw
van rimpelloze zuchten.
Het blad gevouwen, in-gebed
een wind die door ons waait,
vraagt om een wereld, onbesmet,
liefde wordt in hoop gezaaid.
Vandaag heb ik een peer ontmoet,
vers van de boom geplukt,
hij was zo sappig, smaakte zoet,
ik was van hem verrukt.
De vrucht als kunstwerk op mijn bord,
wie heeft dit geboetseerd?
Gave die mij geschonken wordt,
de vrucht die Hij creëert.
De vliegenzwam pronkt
heft zijn hoed op in het gras
de tijd haalt hem in….
kortstondig bekent hij kleur
en laat zijn sporen achter
De vliegenzwam als metafoor van de mens.
Dichtvorm TANKA
Was ik maar lichtvoetig -vrij-,
een wezen dat kon vliegen,
op de vleugels van het tij
zou de wind mij wiegen.
Was ik maar een wilgentak
aan de oever van de sloot,
buigzaam rakend ‘t watervlak,
schaduw in het avondrood.
Was ik maar dicht bij de oorsprong,
Schepper van de eeuwigheid
die mijn ziel -zo oud èn jong-
met Zijn licht, sereen beschijnt.
In deze tomeloze tijd
trek ik me terug en wacht……
tot eb in mij verwordt tot vloed
en dagen lengen tot de nacht.
Ik hoor het ruisen van de zee,
een stem op mijn gemoed….
de golven overrulen mij,
waarin ‘k mijzelf ontmoet.
Dit tij dat keert mijn leven om
als bode in de tijd…..
in schepping, heelheid van natuur,
ligt mijn verantwoordelijkheid.
(n.a.v. Coronavirus)
In ‘t licht van Katwijk aan de zee,
tref je de weidsheid aan.
De eb en vloed is als een wee
van komen en weer gaan.
Het donker dat weerkaatst het licht
op Katwijk’s boulevard,
de dag gaat open èn weer dicht,
de eeuwigheid staat klaar.
sneeuw valt als een deken
ongeschonden neer
kleuren die ontbreken
wit omvat veel meer
blanco, onbeschreven,
wit, zo puur en rein
leven van ons leven
laat mij zuiver zijn