Categorie: Bezinning

  • Morgenlicht

    Er klinkt een lied in ‘t morgenlicht
    met klanken die mij raken
    een engel  met mijn moeders stem
    wekt mij om te ontwaken 
     
  • Ik knipoog jou terug

    In golven hoog en laag
    bewegend snel èn traag
    getij in eb en vloed
    ontroert het stil gemoed
    mijn oog is als een brug
    ik knipoog jou terug!

  • Mens, mooi ben je

    Mens,
    mooi ben je…
    je teint getint in bruin,
    omgeven door kleuren
    die je goed staan.

    Mens….
    wees maar trots
    op je huid en je haar,
    je bent een creatie
    van je Schepper.

  • Leven dat gloort

    Tastend in duister,
    op zoek naar elkaar,
    peinzende woorden,
    helder en klaar.

    Biddend en wetend
    dat Hij die verhoort,
    uitzicht zal tonen
    op leven dat gloort.

  • Oogst

    Wat in liefde wordt gezaaid,
    zal bloeien in het licht,
    de oogst valt ons ten deel
    als ál het werk is verricht.

  • Pennenstreek

    Wat in mij is
    dat valt niet uit te leggen.
    Ik struikel, val
    over de woorden
    die ik zelf weef.

    Voel me verlaten
    en gevangen.
    Het is een leegte
    waarin ik me begeef.

    Wie kan de taal
    weer in mijn pen
    neerleggen?
    Wie speelt de toon
    waar ik in leef?

    Onzegbaar woord,
    een ongeschreven
    letter.
    Een hapering
    om wat ik schreef.

    Een pennenstreek,
    raakt het papier,
    vloeit uit van zin
    naar zin.

    Het laatste woord
    is “amen”.
    Het einde
    wordt begin.

  • Ken ik jou?

    Ken ik jou?
    Had ik jou al eens gezien?
    Schuifelend
    de kerkbank in,
    of zomaar op de straat,
    zal ik jou eens vragen
    hoe het werkelijk met je gaat?

    Ken ik jou?
    Je was heel hard gevallen
    en werd geopereerd.
    Zal ik een kaartje sturen
    en vragen hoe erg je je hebt bezeerd?

    Ken ik jou?
    Ik heb iets over je gehoord.
    Er werd over je gepraat.
    Zal ik jou nu eens vragen,
    of dat geroddel je heeft geschaad?

    Ken ik jou?
    Ik las je naam in ’t Kerkblad,
    je was heel erg ziek,
    kun jij je nu wel redden,
    hoe is het met je reumatiek?

    Ken jij hen?
    Die kinderen die buiten spelen.
    Schijnbaar hebben ze veel pret.
    Ik zie er 1 met droeve ogen, 
    heb je daar wel eens op gelet?

    Ken jij hem?
    Die allochtoon, de vluchteling.
    Weet jij hoe ’t hem vergaat.
    Heb je hem ooit iets aangeboden,
    of zomaar eens met hem gepraat?

    Ken jij haar?
    Die moslima, gesluierd over straat.
    Geef eens een knikje of een groet,
    vraag haar hoe ’t met haar gaat.

    Ken je mij?
    Ik woon dichtbij
    en snak naar een gebaar,
    een groet of hand die naar me zwaait,
    iets van jouw liefde die op mij overwaait

    Kent Hij jou?
    Ja Hij kent iedereen!
    Hij ziet ons leven aan
    en zegt “wie iets voor een ander doet
    heeft dat ook voor Mij gedaan”.

  • Luwte

    Woorden rollen
    van een berg,
    in een diep
    ravijn. 

    Zij weerklinken
    in een echo,
    om gehoord 
    te zijn. 

    Mensen roepen
    in de ruimte,
    woordenvloed,
    stil weggeëbd. 

    Woorden die zich
    tegenspreken,
    in een taal
    nooit uitgelegd. 

    Eb en vloed gaan
    in het ritme
    van de stroom die
    is voorzegd. 

    Openbaart zich
    eens de luwte,
    die de ziel heeft
    blootgelegd. 

    (n.a.v. uittocht uit Egypte)

  • Mens ben je!

    Zoals een mens bedoeld is;

    gelijkenis van God,

    Zijn beeld gestalte geven,

    je bent Zijn patriot. 

     

    Zoals een mens bedoeld is;

    te doen wat Jezus deed

    7×70 keer te vergeven,

    dragend Zijn liefdeskleed. 

     

    Zoals een mens bedoeld is,

    kun je niet altijd zijn,

    want tussen goed en fout

    zit een flinterdunne lijn. 

     

    Is soms jouw lijn gebroken,

    beschadigd of geknakt,

    Hij wil jouw lijntje helen,

    als je die kans maar pakt. 

     

    Vouw heel gewoon je handen

    Zeg wat je van binnen voelt

    Hij hoort, vergeeft je zonden,

    Mens ben je, zoals bedoeld. 

     

  • mijn kind

    zoek mij
    en noem mij
    bij mijn naam
    want ik ben
    die ik ben

    roep mij
    met de stem
    uit je ziel
    want ik hoor
    en luister

    zie mij
    met het licht
    uit je hart
    want mijn oog
    is op jou

    ik vond jou….
    voor je zocht
    ik hoorde jou….
    voor je riep
    ik zag jou….
    voor je keek
    want jij
    bent Míjn kind.

  • onvolmaakt

    onvolmaakt mag je wonen
    onder het dak van Zijn licht,
    je breekbaarheid tonen, 
    je wáre gezicht.

    je geloof diep van binnen
    dat door twijfel soms zwicht,
    in herhaling bezinnen
    schenkt een zuiver gewicht.

    slechts leren te kijken
    naar wat je níet ziet,
    Gods stilte bereiken
    in een Woord of een lied.

    in stilte gekerfd
    op de huid van je ziel,
    openbaart als je sterft
    een hemels profiel

    onvolmaakt wordt volkomen,
    volkomen volmaakt,
    de zegen zal stromen;
    ’t is God die je raakt.

    Dit gedicht is geschreven bij het aanbieden van het beeld “onvolmaakt” aan de Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal Oosterhout op zondag 14 april 2013. Het beeld dat “onvolmaakt” lijkt omdat het een arm en been mist, is gemaakt door Ineke Ravensbergen, gedicht bij dit beeld werd geschreven en voorgedragen door Cobie Verheij – de Peuter.

     

     

    Onvolmaakt

     

    Het beeld heeft 1 arm en1 been. Toch, als je naar het beeld kijkt, valt niet het onvolmaakte op, maar juist de schoonheid van haar uitstraling. Een mooi innerlijk zal de mens verwarmen. Een mooi innerlijk kan gebroken zielen helen.Ook een onvolmaakt beeld is geschapen naar het beeld van God en uiteindelijk zal ook dit onvolmaakte beeld, volmaakt worden.

     

     

  • Naar stilte luist’ren

    O God, laat ons
    naar stilte luist’ren,
    we horen niets,
    zelfs niet Uw Naam!
     
    Die brokkelt, smelt,
    Die zonder luister,
    verstoten wordt
    van alle faam
     
    Keer om, oh ziel,
    wees stil en luister,
    raak uit het ritme
    van de waan
     
    want wie zichzelf
    verliest in stilte,
    zal horen én
    in waarheid staan
     
    in stilte, ootmoet
    én ontferming
    ontvouwt Hij
    eindeloos Zijn Naam.
     

  • Gebogen

    de laagste takken hangen
    gebogen tot de grond
    zij dragen mooie vruchten
    zijn rijp en prachtig rond

    de mens die zich kan buigen
    zich onder and’ren stelt
    ontvangt veel goede gaven
    zijn ziel wordt welgesteld.

    de eerste is de laatste
    de laatste komt vooraan
    wie buigt, zal God verhogen
    en mag dan “naast” Hem staan.

  • U, die mij raakt

    U, die mij raakt
    en mij laat voelen
    hoe diep-
    geworteld,
    ver
    in mij,
    mijn kern
    mijn weten
    mijn verlangen,
    de oorsprong
    vindt
    in wát
    U zei.

    U die mij raakt
    en mij laat lezen
    Uw woord,
    te vinden  
    in  
    Uw boek,  
    de weg,
    de waarheid
    en het leven,
    die basis
    is
    van wat
    ik zoek.

  • Davids schreeuw in de spelonk

    de stilte keert terug in mij 
    zit dichter op mijn huid 
    dit stil-zijn tast mijn zinnen aan 
    weerklinkt als stom geluid 

    verbeten moed, vertwijfeld hart 
    dat stil-staat in de tijd 
    waarin één vraag belangrijk is: 
    strijd ik de goede strijd? 

    zó peilloos diep, zó eindloos ver 
    verdwaal ik in Uw Woord 
    waar bent U Heer! ik zoek naar U 
    heeft U mij wel gehoord? 

    dan valt het Licht, van Uw gelaat 
    heel stil over mij heen 
    en diep in mij, gloort het besef 
    ik ben nooit écht alleen 

    U geeft mij hoop, verlicht mijn ziel 
    vergeeft mij keer op keer 
    door stilte heen, vernieuwt U mij 
    herschept mijn leven weer. 

     

     

     

    Uitleg gedicht.

     

    Het gedicht refereert naar psalm 142, zie onderaan.

     

    David vindt in de spelonk rust bij de Heer, hij schuilt bij Hem. David kijkt diep in zichzelf. Hij roept en smeekt om hulp. Hij stort zijn hart uit bij God. David stelt zich kwetsbaar op en is daarmee een écht oprecht mens!

     

    David wordt achtervolgd door Saul. Hij vroeg zijn beste vriend voor hem te liegen en hij loog zelf, hij gedroeg zich totaal verkeerd in Gat, en nu weet hij het  niet meer. En dan is hij daar uiteindelijk, helemaal alleen in die grot. En hij kijkt om zich heen, en hij realiseert zich dat hij niemand meer heeft die om hem geeft. Niemand die van hem houdt. Wat moet hij nu?

     

    Soms maken mensen verschrikkelijke dingen mee, daarbij denk ik dan aan asielzoekers, gevangenen, of denk eens aan jongeren die uitgezonden worden naar oorlogslanden. Zij willen vaak hun gevoelens delen, maar dat lukt niet, ze staan voor een gesloten deur. Mensen pakken hun noodsignalen niet op of weten er niet mee om te gaan. Je bent alles kwijt, je hebt fouten gemaakt, er is niemand meer die om je geeft. Wat moet je nu nog. Maar bij God is dat gelukkig anders. Bij hem betekent het niet het einde. Bij hem betekent het een nieuw begin. Een nieuw leven. Dit gold ook voor David, God gaf hem een nieuw begin.

     

    David schrijft in de grot psalm 142

     

    Gebed van een gevangene

    142

    Een leerdicht van David, toen hij in de spelonk was. Een gebed.

     

    Met luider stem roep ik tot de HERE,

    met luider stem smeek ik de HERE;

    ik stort mijn klacht voor zijn aangezicht uit,

    ik maak Hem mijn benauwdheid bekend.

    Wanneer mijn geest in mij versmacht,

    kent Gij mijn pad.

    Op de weg die ik ga,

    verbergen zij mij een strik;

    schouw ik naar rechts en zie ik uit –

    niemand ziet naar mij om;

    is mij de toevlucht ontvallen –

    niemand vraagt naar mij.

    Tot U roep ik, HERE;

    ik zeg: Gij zijt mijn schuilplaats,

    mijn deel in het land der levenden.

    Sla acht op mijn smeken,

    want ik ben zeer verzwakt;

    red mij van mijn vervolgers,

    want zij zijn sterker dan ik.

    Voer mij uit de kerker,

    opdat ik uw naam love;

    de rechtvaardigen zullen mij omringen,

    wanneer Gij mij weldoet.

     

    Uit: NBG-vertaling 1951
    © 1951
    Nederlands Bijbelgenootschap

     

     

     

  • In raadselen zien

    De hemel hangt
    als een nevel
    over de aarde.

    Het landschap
    gewist.
    Contouren
    vaag,
    verborgen
    in mist.

    Door de kiertjes
    van mijn ogen,
    vleit de Hemel
    zich neer.

    Verbeelding?
    Misschien….
    door raadselen zien!
    Mist vervaagt,
    Licht……
    ’t is Zuiver Licht
    dat alles draagt.

    Met geopende
    ogen
    zie ik de hemel
    op aarde.
     

  • Web van mijn leven (haiku)

    web van mijn leven
    door alle draden heen
    ontdek ik het Licht

  • Grijs, wit en blauw (haiku)

     met grijs, wit en blauw
    ontvouwt zich een wolkenpracht
    onder Zijn hemel

  • Oude jas

    De wereld is een oude jas
    waarin een ieder past
    en hoe je deze jas ook draagt,
    hij past je, ongepast!

    Cobie Verheij-de Peuter
  • Nog zoveel te doen

    nog  zoveel
    te doen

    zoveel
    te ontdekken

    zoveel
    te aanschouwen

    nog zoveel
    te leren

    met vallen
    en opstaan

    dat Híj
    erbij
    mag zijn

    je mag
    beschermen
    bewaren
    en behoeden

    zodat je
    je veilig
    zult weten.

    24 november 2005

     

    Uit: "Licht Verlangen"