Tag: moeder

  • Engelenrij

    Ik leef zo langzaam maar toch vlug,
    als in een déja-vu,
    naar kind-zijn kan ik niet meer terug,
    ik zag meer engelen dan nu.

    Het feest van madelieven rijgen,
    de waterlelies in de sloot
    een stuiver om zoethout te krijgen
    het wiebelen in een wank’le boot

    Kedeng kedeng leek ‘t spoor te zingen,
    de trein ging door het lage land,
    met broertjes en een zusje,
    was ‘t leven zeer plezant. 

    Waar is de tijd van argeloosheid,
    vertrouwen in wat komen gaat?
    Toen kon ik nog niet weten,
    van ‘t kwaad dat niemand overslaat. 

    Nog één keer in het slootje kijken,
    daar zag ‘k mijn silhouet, 
    ‘k ga steeds meer op mijn moeder lijken,
    haar handen stil en in-gebed. 

    ‘t Is goed om achterom te kijken,
    het goede blijft voorgoed nabij,
    wat voor ons ligt dat moet nog blijken,
    heel vaag zie ik een engelen rij. 

  • Klein en stil

    klein en stil
    groeit een nieuw leven
    tot een groot en zoet geheim
    in de moederschoot geweven
    wordt het kind wie het zal zijn

    klein en stil
    nog voor ons weten
    had Zijn hand zich uitgestrekt
    alles was al uitgemeten
    met Zijn liefde overdekt

    klein en stil
    vormt dit nieuw leven
    alle zin van ons bestaan
    door de Heer aan ons gegeven
    krijgt het kind zijn eigen naam

    Uit: "Licht Verlangen"
    April 2005