Categorie: Tijd

  • De zon komt op in ‘t oosten

    De zon komt op in ‘t oosten
    straalt lichtend vol van hoop
    Een nieuw jaar is ontloken
    en neemt zijn eigen  loop. 

    De dagen van verlangen
    naar vrede, nieuw begin….
    die hoop mag nooit vervagen,
    hoop geeft het leven zin. 

    Schenk vriendschap en een glimlach,
    in liefde aan elkaar,
    dan wordt de wereld mooier
    en vrede raakt de snaar. 

    De tijden zullen groeien
    naar dagen… eindeloos,
    waar liefde moge vloeien
    en bloeien als een roos. 

  • De schemer valt

    De schemer valt, het zicht vervaagt,
    nog net niet donker, nacht genaakt.
    De dag blijft stil, moet nog ontwaken
    tot licht het donker aan zal raken.

    Nu zien wij alles nog heel vaag,
    wie is er wijs en wie is dwaas?
    De wijze waakt, heeft licht paraat,
    de dwaze slaapt, doet zottepraat. 

    De dwaze doolt, heeft nauw’lijks licht
    en komt te laat, de deur is dicht.
    Wees wijs en focus je op ‘t zicht
    van d’nieuwe dag, draag steeds je licht  

    Dit gedicht is een analogie op de gelijkenis van de 5 wijze en de 5 dwaze meisjes.

  • De sporen van het oude jaar

    De sporen van het oude jaar 
    drijven de wolken voort. 
    We zijn bezorgd, lopen gevaar,
    we balanceren op een koord. 

    Zie het Licht dat zonder zorgen,
    ‘s morgens opkomt, er is Licht,
    maak geen zorgen voor morgen,
    pluk de dag, zoek evenwicht. 

  • Het oude jaar laat zijn laatste adem los

    Het oude jaar laat zijn laatste adem los, 
    druppels regen glijden als trage tranen langs de ramen. 
    Zegen en verdriet lopen hand in hand. 
    De dag kent geen stilstand.

    De aarde rust niet, 
    zij is in opstand door het dreunen van geweld
    en de schaduw van granaten en bommen,
    alleen kinderen zijn onschuldig!

    Vrede begint klein, zoals een zaadje dat de aarde raakt, 
    en de takken van een boom die naar het Licht toe groeien. 
    Vrede ontstaat waar ruimte wordt gemaakt voor respect,
    waardoor onze innerlijke vruchten kunnen rijpen.

    Laten we elkaar vasthouden en ons openstellen voor een wereld 
    waar onze voeten nieuwe wegen mogen vinden,
    om door te gaan in het goede,
    in geduld, hoop en zachtmoedigheid,
    onszelf niet hoger achtend dan de ander
    en een diep verlangen naar vrede.

  • Engelenrij

    Ik leef zo langzaam maar toch vlug,
    als in een déja-vu,
    naar kind-zijn kan ik niet meer terug,
    ik zag meer engelen dan nu.

    Het feest van madelieven rijgen,
    de waterlelies in de sloot
    een stuiver om zoethout te krijgen
    het wiebelen in een wank’le boot

    Kedeng kedeng leek ‘t spoor te zingen,
    de trein ging door het lage land,
    met broertjes en een zusje,
    was ‘t leven zeer plezant. 

    Waar is de tijd van argeloosheid,
    vertrouwen in wat komen gaat?
    Toen kon ik nog niet weten,
    van ‘t kwaad dat niemand overslaat. 

    Nog één keer in het slootje kijken,
    daar zag ‘k mijn silhouet, 
    ‘k ga steeds meer op mijn moeder lijken,
    haar handen stil en in-gebed. 

    ‘t Is goed om achterom te kijken,
    het goede blijft voorgoed nabij,
    wat voor ons ligt dat moet nog blijken,
    heel vaag zie ik een engelen rij. 

  • 0,00 uur

    Ik adem in, de tijd dringt binnen,
    ik adem uit, de tijd vervaagt.
    De ademstroom ontleedt de zinnen
    waarin een woord de kern raakt.

    Ik wacht en ben in ziel en wezen
    een zoekende van het moment.
    De toekomst is een hypothese,
    de nieuwe dag nog onbekend.

    Ik wil me niet in tijd verliezen,
    de schemering raakt ‘t donker aan,
    de dageraad mocht reeds ontwaken,
    het nieuwe jaar is opgestaan!

    Met angst èn hoop stap ik weer binnen
    in deze tomeloze tijd.
    Ik bid dat Liefde het zal winnen
    van ‘n uitzichtloze oorlogsstrijd.

     

  • Traag vloeiend

    Traag vloeiend,
    als honing zo zoet
    vervaagt het middaglicht
    naar de avond
    als een bloeiend geheim
    om in een eigen ritme
    te komen en te gaan
    en kostbaar te worden.

    Tijd is afscheid nemen
    en verder gaan.

  • De dag is weer vervlogen

    De dag is weer vervlogen
    De tijd tikt altijd door
    loopt op een eigen tempo
    Wie achter loopt gaat voor

    De eersten zijn de laatsten
    De laatsten staan vooraan
    wie goed is voor zijn naasten
    trekt achter Jezus aan.

  • De wolken die voorbij gaan

    De wolken die voorbij gaan
    gaan voor de tijden uit
    gespiegeld in het water
    zijn zij getooid als bruid.

    De bruidegom verwachtend
    gaan zij geduldig voort
    herscheppende hun vormen
    de nieuwe hemel gloort.

  • Het oude jaar wordt weggeleid

    Een vlinder vliegt met stil verlangen,
    dwars door de ruimte van de tijd,
    het nieuwe jaar zal haar ontvangen,
    het oude jaar wordt weggeleid. 
     
    De vlinder blijft haar dromen dromen
    verlangend naar een nieuwe tijd
    van vrede die er eens zal komen,
    alles komt goed… te zijner tijd
  • Oud- en nieuwjaar

    Vandaag neem ik mijzelf eens mee,
    van hier naar het begin,
    zo jong, toch oud, zag ik de zee,
    vol van herinnering. 
     
    De dagen drijven in getij,
    van water, eb en vloed,
    gedachten overromp’len mij
    op ‘t strand van mijn gemoed.
     
    Verdriet ging niet mijn deur voorbij,
    door golven overspoeld,
    verdrijft de tijd de ergste pijn,
    alleen de deining wordt gevoeld.
     
    Er is geen gisteren of vandaag,
    alleen oneindigheid,
    Ik ben een druppel die heel traag,
    mijn rimpeling verspreidt. 
     
    Het einde van het oude jaar,
    brengt ‘t nieuwe jaar naar voren,

    in ‘t zeegeruis, helder en klaar
    is eeuwigheid te horen.
     
     
  • Op vleugels van de tijd

    de zomer is voorbij
    de herfst opent haar ogen
    en elk nieuw jaargetij
    is zo voorbij gevlogen

    op vleugels van de tijd
    van ochtend naar de nacht
    wordt in oneindigheid
    dè nieuwe dag verwacht.

  • Einde kent geen tijd of duur

    De storm steekt op, de wind die raast,
    donker verjaagt het licht.
    De schemer valt en maakt veel haast,
    de dag gaat bijna dicht.

    Neem olie en ontsteek je vuur
    aan ‘t licht dat in je leeft,
    het einde kent geen tijd of uur,
    schijn tot de dag die Hij je geeft.

  • Wat de toekomst brengen moge

    Vandaag wil ik ‘t nieuwjaar bezingen
    al vind ik nu de woorden niet,
    maar denkend aan ‘voorbije’ dingen,
    ontmoet ik weer een heel oud lied
    en zing zacht mee, heel ingetogen
    ‘Wat de toekomst brengen moge”.

  • t Is laat

    ’t is laat
    het donker
    komt nabij

    secondes kruipen
    niet terug
    maar gaan voorgoed
    voorbij

    ’t is laat
    wat was
    is kortgeleden

    de tijd tikt door
    de dagen zijn
    verstreken

    ’t wordt vroeg
    de Nieuwe Dag
    breekt aan

    daar is geen tijd,
    voor eeuwig
    eeuwigheid.

  • Tijd van nu

     

    Tijd
    van nu
    dat is
    het heden

    Tijd 
    van nu
    is straks
    verleden

    Tijd 
    geeft steeds
    een nieuw
    begin

    Tijd 
    draagt ons
    ´t nieuwjaar
    weer in.

    ´t Nieuwe jaar
    geeft weldra zicht
    op het eeuwenoude 
    Licht

    © Cobie Verheij-de Peuter
    uit: "Schijnbaar mens" (2002)
     

  • Tijd

     

    wat is
    zal gaan
    wat was
    zal komen
    in ons bestaan
    om alle keren
    te leren
    wat is
    en wordt
    gedaan
    en de verhalen
    zullen zich
    vele malen
    herhalen
    om telkenkere
    de grens
    te passeren
    van tijd
    naar tijd
    tot in eeuwigheid

    © Cobie Verheij – de Peuter
    uit: "Schijnbaar mens" (2002)

  • Raast immer nog

    De stem
    die hier
    op aarde
    klonk,

    een vurig
    licht,
    een warme
    vonk,

    raast
    immer nog
    de wereld rond
    van nu tot in de
    avondstond.

    uit: "Schijnbaar mens"
    (2002)

  • Passend

    roepende
    tijd
    van ooit
    en oneindig
    nog steeds
    in elkaar
    passend

    © Cobie Verheij-de Peuter
    (2000)

  • Niet nù

    Niet nù
    niet nooit
    gedacht,
    verwacht
    verzwegen.

    Maar straks
    en ooit
    de openheid
    verkregen

    © Cobie Verheij – de Peuter
    uit: "Schijnbaar mens" (2002)