Het kind, nog diep in mij gezeten,
wil huppelend door ‘t leven gaan,
het ene been dat wil niet weten,
waar ‘t andere zal blijven staan.
Met ogen dicht de tijd bedekken,
want ziende ben ik stekeblind,
de wekker zal de waarheid wekken,
het donker wijkt, de dag begint.
Het kind in mij zal weer herleven,
met open ogen, warme gloed,
vertrouwensvol naar liefde streven,
zó komt het Licht je tegemoet.