To be or not to be,
was Shakespeare’s scherpe vraag,
te zijn of niet te zijn,
is actueel vandaag!
De aarde staat in brand
draait kreunend door en zucht
zorg dat je liefde plant
‘To be’ geeft leven lucht.
To be or not to be,
was Shakespeare’s scherpe vraag,
te zijn of niet te zijn,
is actueel vandaag!
De aarde staat in brand
draait kreunend door en zucht
zorg dat je liefde plant
‘To be’ geeft leven lucht.
Hoera, je bent nu jarig,
weer ging een jaar voorbij,
er waren moeilijke dagen
maar ook veel mooie dagen bij.
God is altijd dicht bij jou
Hij ziet jouw lieve lach,
maar ook als jij moet huilen,
Is Hij het die jou zag.
Je bent mijn lieve moeder,
zo sterk en zo trouw,
Ik wil jou heel graag zeggen
dat ik heel veel van je hou. ❤️?
Voor dagen die nog komen
bid ik zacht tot de Heer:
“Wil dicht bij moeder blijven,
vol liefde, telkens weer.”
(moeder kan in vader gewijzigd worden)
Mijn pen raakt papier,
tekent akkoorden
in cadans op de woorden,
laat zien wie ik ben
mijn vriend is mijn pen.
Geurende rozen in je haar,
monter en fris, zie jij geen gevaar,
je pad zal over rozen gaan,
probeer de doornen te weerstaan.
Geef kleur en fleur aan je leven,
blijf de rozen steeds water geven,
snoei de doornen, hou ze kort,
zodat je leven bloeiend wordt.
Tomeloos
groen getint
gras,
als een mistvlaag
op beregend
veld.
Lichteloos
verborgen
mos,
onder takken
van bomen
geveld.
Laveloos
ontspoort
het zaad,
ontkiemt
in velerlei
gewassen.
Haveloos
onkruid,
sterk
geworteld.
Geen kruid
tegen gewassen.
De notenboom kraakt
klinkend zijn noten,
perst uit de barst
kreunend zijn toon
Het geluid van een bas
uit de oeroude bast,
laat los, houdt niet vast;
De vrucht is zijn loon.
Verroest
verweerd
de oude teil
waar kinderen eens baadden
en één voor één
elkanders vuil…
verzwegen en
versmaadden.
Nu staat
in stijl
de oude teil
in menige tuin te pronken
als bloemenzee
of vijvertje…
het oude vuil
verdronken.
De lente is ontsprongen,
een spin ontvouwt haar web,
een moedereend met jongen,
nu ik geen moeder heb.
De lente is begonnen,
de lokroep van de mees,
zoals de ouden zongen,
zo zingt in mij de wees.
De lente ontwaart leven,
dat bruist in groen geel blauw,
seizoenen knap verweven,
verbindt en breekt de rouw.
Een schrijver die
kan laten zien
van wat er in haar leeft
Heeft empathie
en leeft zich in,
in wat iemand beleeft
Wie haar verhalen
op papier,
zo moeiteloos verwoordt
Heeft lef, is kwetsbaar,
háár verhaal
gaat voort en móet gehoord
Er wordt gezegd
“Wie schrijft die blijft”,
maar ik zeg je nog meer
Een schrijver schenkt
gedachtegoed
aan lezers zonder meer
Daarmee geeft zij
de regels zin,
in literaire staat
“Geschreven woord,
is als het zaad
dat nimmermeer vergaat”.
reis in coupé,
Couperus mee,
neem waar
met mijne ogen.
het kleurenspel
en schaduwkant,
vergane tijd,
vervlogen .
aan d’achterkant
van Hollands Spoor,
rijst hoog en hoog
verheven.
de hogeschool,
het UWV,
in lijnenspel
verweven .
de mensentred
van haast’ge spoed,
in jong en oud
belegen.
gemengde teint
in wit, bruin, zwart,
cultuur
aanééngeregen.
waar is de mens,
gehuld in rok
kostuum, zo vaak
gedragen?
Couperus’ geest
reist door Den Haag,
er rijzen
zoveel vragen.
Den Haag, mijn lief,
mijn lief Den Haag,
in woord
wil ik u vangen.
In letter, taal,
in diepe zin,
mijn ziel
blijft aan u hangen.
Gedicht in het kader van het project Gedichten over Couperus en Den Haag van de Haagse Poezieroute.